hun tekst


Charlie Chaplin

Dagblad Tubantia, recensie Kunststichting de Werkplaats Borne, 2008 Herman Haverkate, 9 februari 2008
Ze schildert op fotoprints of geprint doek. Scenes uit films vooral. Lies Neve uit Amsterdam (1968) zet ze op intrigerende wijze naar haar hand in schilderijen die, net als stripverhalen, vaak uit meerdere, boven en naast elkaar geplaatste tafereeltjes bestaan. Zo zien we Charlie Chaplin in zes scenes langzaam in katzwijm vallen voor een dame in de balie van een hotel en bindt een Bruce Lee-achtige figuur met ontbloot bovenlijf de strijd aan met een tegenstander in een witte blouse.
Neve is, zo blijkt op een tentoonstelling van haar werk in de Werkplaats voor Beeldende Kunst in Borne, gefascineerd door de magie van opeenvolgende beelden. Bijna geen schilderij staat op zichzelf. Altijd is er wel een verband met het grotere geheel van een serie, waarin dezelfde voorstelling op een net weer even andere manier wordt getoond.
In de filmstills, zoals bij Chaplin, grijpt ze letterlijk in de beelden in. Worden de figuurtjes en de ruimte geabstraheerd en bepaalde details – zoals de vloer met zwartwitte tegels – juist extra benadrukt. Soms, bij bepaalde prints, blijven hele delen onbeschildered, zodat je plotseling een gestyleerde roeier ziet tegen de achtergrond van een fotografisch bos. De beelden die aldus ontstaan hebben een plezierig soort dubbelheid. Hun vluchtigheid wordt opgeheven, het snelle beeld bevroren. Iets soortgelijks doet ze in haar tekeningen. Komische, bijna cartooneske taferelen uit het dagelijkse leven, vaak gesitueerd rondom het bed: de poging van een gedreven kunstenares om de tijd, al is het maar even, stil te zetten.

Hunkeren naar ongemak
Lies Neve 2003-2005 Tobias Woldendorp, november 2005
Een atelierbezoek aan Lies Neve (1968) in haar Amsterdamse atelier in een oud schoolgebouw in de Staatsliedenbuurt levert van meet af aan tweespalt op. De hoge ruimte hangt vol vrolijke werken. Meteen bij binnenkomst wordt je oog getrokken naar een groot vel, waarop twaalf ingetogen kleurrijke schilderwerken zijn bevestigd. Op de prenten wordt vooral gedanst. Uitbundige zwarte kinderen zwiepen door de ruimte, mannen trekken hun knieën in en zweven, zoals alleen zwarte mensen kunnen dansen. Een behaaglijk werk. Of…..? Wanneer je je in het werk Poppin’ verdiept, merk je dat hier ook iets getoond wordt dat eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Er huppelt een rood figuur met witte stippen door het beeld, die opvallend onopvallend aanwezig is, nu eens het speelse aspect vergroot, dan weer een lichte dreiging uitoefent. Toch ontstaat er – hoe langer je kijkt naar deze reeks van beelden – een geruststellend totaalbeeld.
Veel van de andere werken, waar net als bij Poppin’ gebruik wordt gemaakt van filmstills, die Lies Neve in 2005 heeft gemaakt, zijn minder gerustellend. Ronduit ongemakkelijk zijn de uit grijs, wit en zwarttinten opgebouwde schilderstukken, getiteld Survival, waarbij de kijker in een fractie van een seconde in elk schilderwerk kennis maakt met verschillende vormen van ongemak: een voet van een man, die vanachter een boom tevoorschijn komt, een koplamp van een auto in de nachtelijke nevel, een grote zwarte hond, die op een parallelle route door de velden schiet. Het ongemak trekt de aandacht van de toeschouwer en houdt deze vast.
Ook kleinere werken met dezelfde titel Survival tonen handelingen, die je als waarnemer alle kanten op kunt buigen. Het werk van Neve laat ruimte voor de eigen interpretatie. Een zelfde voorstelling op papier kan gezien worden als beeld waarin een vaderfiguur een uit het nest gevallen vogeltje opraapt en koestert, maar ook als een soldaat, die zojuist springstof aan een telegraafpaal heeft bevestigd in een grimmig Tsjetsjenië. Je hebt alleen de eigen ogen als intermediair nodig om Neve haar uit cartoons opgebouwde ‘dromen’ te kunnen duiden. En te zien wat je wilt zien: een zonnige of naargeestige voorstelling.
Erg krachtig is de serie Fist of Fury, waarbij een in ferme streken neergezette, aan Bruce Lee herinnerende vechtjas, een tweede man in het doek wegmoffelt. De kracht ontspruit niet in de laatste plaats uit de golvende beweging, een aura bijna, die de schilder de winnaar heeft meegegeven. Nog een paar van dit soort stevige prenten en de verslagen man is in het doek opgelost. Lies Neve dematerialiseert de filmprint en tovert een nieuwe werkelijkheid tevoorschijn. In deze serie van drie schilderijen toont Neve in kort bestek waar haar inspiratie vandaan komt (de filmstill) en waar het 160 centimeter verder op in het doek naar toe gaat (autonome schilderkracht).
In 1994 was Lies Neve vertegenwoordigd op de overzichtstentoonstelling van acht jaar Ateliers ’63 in het Brusselse Paleis des Beaux Arts. Daar zag ik destijds hoe zij op ambachtelijke wijze de technieken verkende die haar als kunstenaar ter beschikking stonden. Ruim tien jaar later lijkt het of Lies Neve, net als in de overschildertechniek van Fist of Fury, technieken uit een vorig kunstenaarsleven laat oplossen. Maar hier is iets anders aan de hand: ze eigent zich bestaande beelden toe en zoekt naar de meest krachtige interventie om de context te veranderen. Wanneer de toeschouwer zich enigszins ongemakkelijk gaat voelen, weet Lies Neve dan ook dat haar werk in opzet geslaagd is.

Soppig zeep
Dagblad van het Noorden, recensie Anonymus 1996, Ziegler Groningen | Herma Hekkema en Friggo Visser, 11 mei 1996
Bepakt en bezakt toog Lies Neve (1968) naar Ziegler in Groningen om haar eerste solotentoonstelling in te richten. Maar toen het er op aan kwam, beperkte ze zich tot een videofilm en een handvol foto’s. Door die weloverwogen keuze kwam Neve tot een eenvoud met een grote mate van zeggingskracht. Schemerdonker en daglicht spelen in Neve’s inrichting een belangrijke rol. Achter in het Ziegler-pakhuisje is er slechts het daglicht dat door een enkel raam binnenvalt. Opnamen als die van een kind dat zijn knuisten voor zijn ogen slaat, worden er afgewisseld met reeksen kleine afdrukken waarop nog alleen de handen of de haren van de gefotografeerde te zien zijn. Al wat verder kan bijdragen aan een indruk van het persoonlijke – kleding, houding, gelaatsuitdrukking – wordt door een kalkwitte verflaag aan het oog onttrokken.
Anonymus heet dan ook de expositie, die niet gaat om wat we kennen, maar om wat we vermoeden en verlangen, om de betekenissen die we als door een spleetje in de muur tot ons nemen. In de expositieruimte heerst de schemer. Op een van de wanden worden videobeelden geprojecteerd. Weer die bleke armen, over een schouder gezien, en in soppig-zeep gehulde handen boven een teil, Neve filmde het handen wassen tegen de avond. Steeds schimmiger worden de beelden. Het stuk zeep slinkt en slinkt tot er, na drie kwartier soppen, niets meer van over is. Het is dan zo goed als donker.

Grijs en zwart en wit en naakt en vooral vreemd
De Roskam, recensie Kunststichting de Werkplaats Borne, 2008 | Lies Prins, 8 februari 2008
Lies Neve (1968) stelt schilderijen en tekeningen ten toon bij Kunststichting de Werkplaats te Borne. Neve genoot haar opleiding onder meer bij Ateliers ’63 in Haarlem. De expositie roept sterke gevoelens van vervreemding op en is nog tot medio maart aan de Hemmelhorst in Borne te zien.
Bij binnenkomst wordt je aandacht getrokken door een groot doek, opgedeeld in drie horizontale rijen van vier taferelen, twaalf opeenvolgende schilderingen op een geprinte achtergrond, ‘beeldsequenties’. De titel is ‘Survival 3’ en het schilderij vertelt een verhaal over menselijke figuren die zich bewegen in een bosomgeving. Het is met robuuste streken geschilderd in zwart-, wit-, grijstinten op zwart-, wit-, grijsgetinte fotoprints, stills van film of televisie. En dan ook nog zo dat de grens tussen print en schildering vervaagt. Van deze ‘beeldsequenties’ zijn er zeven op de tentoonstelling. Het ‘Survival’-verhaal wordt drie maal verteld, steeds op een ander formaat.
‘Fist of fury’, ook in zwart-wit-grijs, is een serie van drie grote doeken, waarop de print van een onduidelijke, in ieder geval geen prettige ruimte, doorschemert en twee mannelijke figuren elkaar bedreigen. Het vervagen of al schilderend doen verdwijnen van geprinte ruimtes, evenals het onherkenbaar maken van menselijke figuren, werkt sterk abstraherend.
Dat is ook duidelijk in de twee enkelvoudige schilderingen ‘Een groot man 1 en 2’. Je ziet heel goed dat er een grote man met een hoed op in een bootje op water zit, de begroeide oever op de achtergrond, maar de voorstelling is opgebouwd uit alleen vorm en kleur. Vervreemdend. De natuur en de man hebben een zekere dreiging. Het landschap lijkt niet idyllisch.
‘Grasmaaier’ vertelt weer een ander verhaal. Het is een klein formaat beeldsequentie waarop steeds hetzelfde vrouwfiguurtje achter een grasmaaier loopt, het gras maaiend. Ondanks het frisse groen en rood heerst er een sfeer van grote eenzaamheid. Misschien door de herhaling. Tegelijk is het grappig. De print is hier geheel in de verf opgegaan. De vrouw met grasmaaier komt nog een keer langs in een enkelvoudig doek, groter, iets anders van kleur. Er is nu meer ruimte voor achtergrond, witte bomen in donkergroen, terwijl de felgekleurde vrouw en grasmaaier contrasteren met het lichtgroene gras.
Twee versies zijn er van de sequentie ‘A night out’. Een slapstickbeeldverhaal in zestien kleine, vierkante afleveringen op één doek van 110 bij 150 over de herkenbare, fotografisch zichtbare Charley Chaplin die in slowmotion letterlijk voor een dame valt. Chaplin steeds in zwart-wit, de vloer in zwart-witte vierkanten, de andere figuren hebben wat kleur. Hetzelfde verhaal wordt verteld in zes afleveringen op een kleiner doek, met fellere kleuren en met minder details, terwijl de prints weer geheel overschilderd zijn. De figuren zijn silhouetten geworden en dat heeft een zeer komisch effect.
De laatste hier getoonde beeldsequentie is ‘Idioterne’, zes kleine kleurenprints van een landschap van gras en water en lucht, licht overschilderd, waardoorheen in een gezamenlijke beweging drie menselijke figuren trekken.
Uit een serie van twaalf komen drie afzonderlijke vrij kleine schilderingen op prints, die thematisch bij elkaar horen en allemaal de titel ‘Poppin” hebben. Ze verbeelden toneelspelers en dansers. Ze zijn in kleur en hebben vooral door een rode figuur met witte stippen die door het beeld huppelt een speels effect. Tussen de figuren is interactie.
De manier waarop de menselijke figuren en hun omgeving in de hierboven beschreven werken verbeeld worden heeft steeds een min of meer vervreemdende werking. Ook in het idyllische (?) ‘Play’, dat een jongen en een meisje verbeeldt als vogeltjes op een omgevallen boomtak boven een vijver in het bos.

Naakt op bed
In de tentoongestelde inkttekeningen zijn paren te zien, geliefden, man en vrouw, naakt op bed. Voordat je de tekeningen tegenkomt, heb je al een schilderij gezien, acryl op stof, bloemetjesstof, doorschijnend overschilderd met witte verf; man en vrouw, meer getekend dan geschilderd met zwarte acryl, liggen naakt achterover naast elkaar op bed; het dekbed van dezelfde bloemetjesstof als de achtergrond, maar niet overschilderd, is naar het voeteneind gewoeld.
Tussen de schilderijen hangt een heel grote tekening van een paar, nog diep onder het dekbed, terwijl een kleine jongen naast zijn ledikantje staat en zich begint aan te kleden, ‘Wakker’ heet deze oliepastel op papier.
In de tekeningen wordt lichtvoetig de verhouding en het broze evenwicht tussen geliefden verbeeld. Eén is er met een geheel volgeschreven vrouwfiguur, in haar eentje op de helft van het tweepersoonsdekbed, de niet aanwezige man is er heel duidelijk niet. Daarnaast hangt een tekening van een paar, de man ligt onder het dekbed en leest voor, terwijl de vrouw bovenop het dekbed liggend, hem verbetert. Hij leest voor uit ‘De woorden en de dingen’ van Foucault.
In de uitnodiging voor de expositie staat: ‘Lies Neve doet met een verfrissende onbevangenheid verslag van de wereld om ons heen. Omdat zij haar werk een spannende lading weet te geven, prikkelt zij de kijker en laat hem ruimte voor zijn eigen interpretatie.’ Dat is waar. Vrij naar de woorden van Tobias Woldendorp bij de opening: ‘Je hebt alleen de eigen ogen nodig om Neve’s dromen te kunnen duiden. En te zien wat je wilt zien: een zonnige of naargeestige voorstelling.’

Resttijd
Bzzletin nr 244 nav foto uit de serie Anonymus, Willem Broens, maart 1997
Zij kan niet slapen. Ze bedenkt de hele kamer nog een keer. Soms weet ze dat alles bedacht is aan haar omdat ze de dromen niet aan de praat kan krijgen. De hele nacht kijkt ze met vuisten voor haar ogen. Ze komt niet meer beneden. Ze hoort dunne gesprekken. Alleen de toonhoogtes komen boven. Het is alsof ze in het donker schrijft en niet kan lezen wat er staat. Ze voelt af en toe de sterren tussen de tenen zitten en kijkt in de ogen van een kat om te zien hoe laat het is. Er wordt stof uit haar handen geklopt.